Onze historie - Waarom Impaction..?
Gilbert Mututsi, directeur van de Congolese ngo ADED, reisde in 2018 naar Nepal om daar te leren hoe kinderen met een beperking duurzaam geholpen kunnen worden. Na terugkomst benaderde hij Betteke de Gaay Fortman met de vraag hem te helpen deze aanpak ook in Uvira, een stad in het oosten van Democratische Republiek Congo, toe te passen.
Als gevolg richtte Betteke in 2019 Stichting Impaction op en reisde af naar DR Congo om de haalbaarheid van het project te toetsen. Tijdens deze reis werd zij geraakt door de diepe armoede en de situatie van kinderen met een beperking en hun families.
Lees hieronder de eerste pagina van hoofdstuk 14 van het boek ‘Mensen ontwikkelen zichzelf’, waarin Betteke de Gaay Fortman haar eerste bezoek aan Uvira beschrijft.
Hoofdstuk 14 - Tunafasi in Oost-Congo
'We hebben allemaal een plek'
We lopen door de stoffige steegjes van een buitenwijk in Uvira, Oost-Congo, een stad met vierhonderdduizend inwoners. Gilbert, de directeur van de plaatselijke hulporganisatie aded – Appuie au Développement des Enfants en Détresse (Steun aan de Ontwikkeling van Kinderen in Nood) – zijn medewerkers Gloria en Cedric en ik. We komen bij een hekje met een deurtje en stappen een kleine, zanderige binnenplaats op. We zien een meisje van ongeveer tien jaar op een stoel zitten. Jeanne heet ze. Ze zit ingeklemd zodat ze er niet uit kan vallen door haar spastische bewegingen. Ze kwijlt, zit onder de vliegen en haar kleren zijn vies en zitten vol gaten. Verder zien we niemand. We vragen haar waar haar moeder is en ze maakt ons met gebaren duidelijk dat haar moeder eraan komt. We gaan ergens op een krukje zitten en wachten. We proberen een gesprek met Jeanne te voeren. Ze verstaat alles en maakt een slimme en open indruk. Gloria vraagt of ze ’s ochtends heeft gegeten. Ze schudt haar hoofd. Ze kan zich goed uitdrukken zonder te praten. Plotseling horen we een vrouwenstem. We zien Jeanne enthousiast opveren. Haar ogen lichten op. Een vrouw komt de binnenplaats op met plastic manden in allerlei kleuren. Haar handeltje. We begroeten elkaar. Ze gaat op haar hurken zitten. Gloria vraagt hoeveel ze heeft verdiend die dag. Dertienhonderd Congolese francs, ongeveer 0,8 dollarcent. En ze vraagt of ze haar dochter te eten heeft gegeven. De moeder zegt: ‘Nee, ik heb zelf ook niet gegeten’. Gloria neemt dat niet voor lief en vraagt door. Op een gegeven moment staat de moeder op en met een boos gezicht haalt ze wat geldbriefjes uit haar onderbroek en gooit die op de grond. Ze zegt dat ze niet genoeg verdient om haar dochter elke dag twee keer eten te geven. Ze geeft aan dat haar man niets verdient en dat ze het geld voor andere dingen nodig heeft. We vragen haar of ze destijds medische hulp heeft gezocht voor haar dochter. Ze zegt dat Centre Bethanie, een fysiotherapiecentrum, aanvankelijk gratis behandelingen verleende, maar dat ze er nu geld voor vragen. Volgens haar helpen de behandelingen niet. De priester heeft gezegd dat Jeanne is behekst. Ze zegt dat ze alle hoop op een toekomst voor haar dochter heeft opgegeven. Ondertussen is mij duidelijk dat Jeanne alles begrijpt wat er wordt gezegd. Met haar ogen en oren volgt ze het gesprek op de voet. Gilbert legt met een zachte en rustige stem uit dat de situatie van Jeanne kan veranderen. Maar dat het bij de moeder begint. Dat ADED kan helpen, maar dat het net zo werkt als een huwelijk: het moet van twee kanten komen. Alleen zo kan het leven van Jeanne blijvend veranderen op zo’n manier dat ze hopelijk zelfredzaam kan worden en haar moeder kan helpen. De moeder weet niet of ze het kan geloven. Ze is niet overtuigd. Na een uurtje stappen we op. Asante saana. Veel dank.
We lopen door de steegjes terug naar de auto. Gilbert verzucht: ‘Door meisjes zoals Jeanne ben ik zo gemotiveerd voor het Tunafasi-project. Heb je gezien wat een potentie er in dat meisje zit? Ze begreep alles! We moeten aan de omgeving werken. Met de ouders in de eerste plaats